Informatie Corona-virus deel 8 – 28 mei 2020

Update – (aanvullende) maatregelen vanwege het coronavirus

Het coronavirus houdt ons allen in de greep. Het beheerst al weken ons dagelijks leven en het blijft moeilijk om alle informatie, zowel medisch als financieel, goed te blijven volgen. BAET houdt u op de hoogte van de meest recente financiële en fiscale ontwikkelingen. Wilt u ook nog oude berichten van ons teruglezen dan hebben wij deze voor u geordend op onze website. 

Het kabinet heeft aanvullende maatregelen voorgesteld om ondernemers te ondersteunen die worden getroffen door het coronavirus. Het betreffen nieuwe maatregelen, maar ook verlenging en aanpassing van reeds bestaande regelingen. Het economisch noodpakket wordt verlengd tot 1 oktober 2020. Voor vragen of hulp bij het aanvragen van de diverse steunmaatregelen kunt u altijd contact met ons opnemen. Wij zijn u graag van dienst!

Werkkostenregeling

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers onbelaste vergoedingen aan werknemers geven. De vrije ruimte die werkgevers hebben om deze onbelaste vergoedingen te geven wordt eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Werkgevers die daar ruimte voor hebben kunnen hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Dit kan ook een boost geven aan sectoren die sterk getroffen zijn door de crisis.

Een verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) mag tijdelijk zijn/haar gebruikelijk loon verlagen over het jaar 2020 vanwege de coronacrisis. Deze verlaging van het gebruikelijk loon wordt gebaseerd op de navolgende berekening: Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C.

A = het gebruikelijk loon over 2019
B = de omzet exclusief omzetbelasting over de eerste vier kalendermaanden van 2020
C = de omzet exclusief omzetbelasting over de eerste vier kalendermaanden van 2019

Voor deze goedkeuring gelden drie voorwaarden:

  • De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon. In de praktijk kan dit een belemmering zijn om gebruik te maken van deze goedkeuring, als de dga geen andere bronnen heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien.
  • Als de AB-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande berekening, geldt dat hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een BV voor de AB-werknemer gebruikmaakt van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW). Dat is overigens slechts mogelijk als hij/zij verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Een eventuele uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) vormt geen genoten loon uit de dienstbetrekking en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
  • Deze goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

De bovenstaande goedkeuring kan zonder overleg met de inspecteur worden toegepast, ook als het gebruikelijk loon hierdoor daalt onder het minimumbedrag van € 46.000 per jaar. Er kunnen in bijzonder situaties (bijvoorbeeld een verliessituatie van de bv) knelpunten zijn waardoor de verlaging van het gebruikelijk loon volgens bovenstaande berekening nog niet voldoende is. Voor die situaties kan in overleg met de Belastingdienst een maatwerkoplossing getroffen worden.

Fiscale coronareserve

De door de corona getroffen bedrijven kunnen voor de vennootschapsbelasting 2019 een zogenaamde fiscale coronareserve vormen. Deze coronareserve kan worden gevormd voor het gehele of gedeeltelijke ‘corona gerelateerde verlies’ dat naar verwachting in het boekjaar 2020 zal ontstaan. Voor het vormen van een coronareserve gelden de volgende voorwaarden:

  • Er is sprake van een verwacht ‘corona gerelateerd verlies’ in het boekjaar 2020.
  • Het verwachte corona gerelateerde verlies mag niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020. Vorming van een coronareserve is dus niet mogelijk als de inschatting is, dat over het boekjaar 2020 een positieve belastbare winst wordt genoten.
  • De dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019, die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
  • De reserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen. Bij het opnemen van de fiscale coronareserve in de winst dienen dezelfde bepalingen van toepassing te zijn bij het bepalen van de winst, als bij de vorming van deze reserve in het daaraan voorafgaande boekjaar.
  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves. De vrijval in het boekjaar 2020 wordt als onttrekking in deze rubriek opgenomen in de aangifte vennootschapsbelasting 2020.

Het vormen van een coronareserve kan gevolgen hebben voor andere regelingen in de vennootschapsbelasting. Denk bijvoorbeeld aan de verrekening van oude verliesjaren. Er worden geen aanvullende maatregelen getroffen om hieruit voortvloeiende nadelige gevolgen tegen te gaan. Bij het gebruik maken van een coronareserve dient men hiermee rekening te houden. Fraude, misbruik en evident oneigenlijk gebruik van de coronareserve zal bij constatering zoveel mogelijk door de Belastingdienst worden bestreden. De vorming van een fiscale coronareserve geldt niet voor IB-ondernemers (eenmanszaak, vennootschap onder firma).

Verlenging en aanpassing NOW-regeling: NOW 2.0

Een ondernemer die minstens 20% omzetverlies verwacht, kan vanaf 6 juli 2020 een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen bij het UWV voor juni, juli, augustus en september. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel doorbetalen. De verlengde NOW-regeling hanteert dezelfde systematiek van tegemoetkoming, maar de nieuwe regeling bevat ook wijzigingen.

Wijzigingen in de NOW 2.0
De vaste (forfaitaire) opslag wordt verhoogd van 30 naar 40%. Daarmee levert de NOW ook een bijdrage aan andere kosten dan de loonkosten. De referentiemaand voor de loonsom wordt maart 2020.

Daarnaast wordt in de al lopende NOW-regeling maart ook als uitgangspunt genomen als de loonsom in de maanden maart – mei hoger is dan in de maanden januari – maart. Dit is van belang voor seizoensgebonden bedrijven. Verder mag een bedrijf dat gebruikmaakt van de NOW over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen.

In de NOW 2.0 blijft de correctie op de subsidie bij ontslag bestaan, maar de subsidie wordt niet meer extra verlaagd bij bedrijfseconomisch ontslag. Bedrijven verklaren bij de nieuwe NOW-aanvraag wel dat zij overleggen met vakbonden als zij voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag willen aanvragen. Dit sluit aan bij de regelgeving rondom collectief ontslag. Ook blijft de wettelijke bescherming bij ontslag gewoon van kracht.

Werkgevers die de NOW aanvragen, worden verplicht om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen. Werkgevers leggen hier bij aanvraag van de NOW 2.0 een verklaring over af. Ter ondersteuning van initiatieven van sociale partners trekt het kabinet daarvoor € 50 miljoen uit via het crisisprogramma NL leert door, waarmee mensen vanaf juli kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen om zich aan te passen aan de nieuwe economische situatie.

Controle NOW-aanvragen
Het kabinet had eerder besloten om bij het definitief vaststellen van de NOW-subsidie in sommige gevallen een accountantsverklaring verplicht te stellen. Om te bepalen voor welke organisaties dat van toepassing is zijn nu twee grenzen vastgesteld, meldt het kabinet woensdag. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de reguliere grens van de Aanwijzingen voor de subsidievaststelling.

Grenzen
Voor de NOW zal de accountantsverklaring verplicht gesteld worden voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van € 100.000,- of meer. Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot krijgt, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt die (veel) hoger is dan € 125.000,-, zonder dat daarbij een accountantsverklaring hoeft te worden overlegd, wordt ook bij een vastgestelde subsidie van € 125.000,- of meer een accountantsverklaring vereist. Bedrijven en instellingen die een voorschot van minder dan € 100.000,- hebben ontvangen zullen zelf moeten inschatten of de subsidie op € 125.000,- of meer zal worden vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben.

Geen accountantsverklaring, wel controle
Dat betekent dat er in situaties waarin geen accountantsverklaring nodig is wel controle plaatsvindt. De werkgever is verantwoordelijk voor de informatie die hij bij de aanvraag en de vaststelling van de subsidie verstrekt. De werkgever dient met betrekking tot de omzet en de loonsom een zodanig controleerbare administratie te beheren, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De verzoeken tot vaststelling waarbij geen accountantsverklaring is vereist worden steekproefsgewijs gecontroleerd.

Derdenverklaring
Daarnaast zal – als geen accountantsverklaring overlegd hoeft te worden – bij het verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot boven de € 20.000 of een vaststellingsbedrag boven de € 25.000,-, een verklaring van een derde overlegd moeten worden die de omzetdaling bevestigt. Deze verklaring kan door BAET worden afgegeven. De Belastingdienst vraagt een dergelijke derdenverklaring ook bij uitstel van betaling bij bijzondere omstandigheden.

Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL)

MKB-ondernemers in onder meer de horeca, recreatie, evenementen, kermissen, podia en theaters krijgen – bovenop de tegemoetkoming loonkosten (NOW) – een tegemoetkoming van het ministerie van EZK om hun vaste materiële kosten te kunnen betalen. Bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving (minimaal 30 procent) een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van € 50.000 voor de periode van 1 juni tot 1 oktober 2020. De getroffen sectoren uit de TOGS-regeling komen in aanmerking voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL).

Waaruit bestaat de Tegemoetkoming Vaste Lasten?

  • Deze tegemoetkoming helpt mkb-bedrijven (met maximaal 250 werknemers) bij het betalen van hun vaste lasten. Het gaat om bedrijven die meer dan 30% van hun omzet hebben verloren door de coronacrisis.
  • Het gaat om vaste kosten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).
  • De tegemoetkoming wordt gebaseerd op het totale omzetverlies. Van het omzetverlies wordt het percentage vaste lasten berekend. Van dat percentage vaste lasten wordt een deel gecompenseerd. De exacte berekening per sector wordt nog uitgewerkt.
  • Deze tegemoetkoming is voor 4 maanden, van 1 juni tot 1 oktober 2020.

Wanneer en waar kan ik de Tegemoetkoming Vaste Lasten aanvragen?
U kunt de tegemoetkoming vanaf medio juni 2020 aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De exacte datum wordt nog bekendgemaakt. De TVL geldt voor de periode van 1 juni tot 1 oktober 2020.

Wat zijn de voorwaarden voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten?
Het bedrijf heeft maximaal 250 werknemers. Dat is te zien aan de inschrijving in het KVK Handelsregister.

  • Het bedrijf heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • De SBI-code van het bedrijf staat op deze lijst met vastgestelde SBI-codes.
  • Het bedrijf is voor 15 maart 2020 opgericht en is ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • Het bedrijf heeft een vestiging in Nederland.
  • Minimaal 1 vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang. Een uitzondering hierop zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en ambulante handel (waaronder markthandel, taxivervoer, auto- en motorrijscholen en kermisattracties).
  • Het bedrijf is niet failliet en heeft geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank.
  • Het bedrijf is geen overheidsbedrijf.

Voorwaarden aan verlengde overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Het kabinet verlengt de versoepelde regeling om zelfstandig ondernemers waaronder zzp’ers te ondersteunen, zodat zij een vergrote kans hebben om hun bedrijf te kunnen voortzetten. Zelfstandigen kunnen bij hun gemeente aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Deze vult tot eind september 2020 het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald.

De verlengde regeling bevat een partnerinkomenstoets. Dit betekent dat alleen huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud. Op deze manier wordt de ondersteuning voor levensonderhoud gericht op het garanderen van het sociaal minimum op huishoudniveau.

Ondersteuning blijft ook mogelijk in de vorm van een lening (maximaal € 10.157) voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage. Zelfstandig ondernemers wordt in de verlengde regeling gevraagd om te verklaren dat er bij hun bedrijf geen sprake is van surseance van betaling of dat het bedrijf in een staat van faillissement verkeert.

Verlenging belastingmaatregelen

De periode waarin getroffen ondernemers belastinguitstel kunnen aanvragen, is verlengd tot 1 oktober 2020. Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen, hoeven niet te worden voldaan. De belastingrente en invorderingsrente voor alle belastingmiddelen zijn tot 1 oktober 2020 verlaagd naar 0,01%. Ook andere belastingmaatregelen, zoals een versoepeling van het urencriterium voor zzp’ers en de betaalpauze voor hypotheekverplichtingen, worden tot 1 oktober 2020 verlengd.

Ondernemers krijgen bij de eerste aanvraag direct drie maanden uitstel van betaling. Voor die drie maanden hoeven ze maar één keer een verzoek in te dienen (voor uitstel van alle belastingsoorten). Ondernemers kunnen ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. Daarbij is het van belang dat zo veel mogelijk geld dan ook echt in de bedrijven blijft. Om dit extra te waarborgen, moeten ondernemers bij uitstel langer dan drie maanden verklaren dat ze geen dividenden en bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen.

Maatregel voor zzp’ers: versoepeling urencriterium

Ondernemers hebben recht op verschillende soorten ondernemersaftrek. De bekendste is waarschijnlijk de zelfstandigenaftrek. Hier kunnen ondernemers alleen gebruik van maken als ze 1.225 uur per jaar aan hun onderneming besteden en ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de aftrek verliezen zal de Belastingdienst er van 1 maart 2020 t/m 31 mei 2020 van uitgaan dat deze ondernemers ten minste 24 uren per week aan de onderneming hebben besteed, ook als ze die uren niet daadwerkelijk hebben besteed. Voor ondernemers die sterk seizoensafhankelijk werken, zoals in de horeca of festivalbranche, wordt ook geregeld dat ze onder de versoepeling vallen.

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers zoals banken willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze van rente en aflossing aan te gaan voor maximaal zes maanden, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een pauze in 2020, uiterlijk in 2021 worden terugbetaald. Een nieuw beleidsbesluit regelt twee zaken: ten eerste hoeft de aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te worden betaald, maar kan deze (direct) worden uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden). Ten tweede kan een klant in plaats hiervan kiezen om zijn resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de maximaal zes maanden achterstand niet per definitie te worden uitgesmeerd over de resterende looptijd, maar kan dit ook apart binnen bijvoorbeeld vijf jaar worden afbetaald. De overheid biedt hiermee meer mogelijkheden tot maatwerk.

Posted in: